24/09/2025
Door: Orlando
Met zijn 5895 meter hoogte is de Kilimanjaro wellicht een van de bekendste bergen ter wereld. Iedereen heeft vast al wel een foto van de berg gezien met een olifant of een giraffe in de savanne op de voorgrond. Deze vakantie willen Herman, Diane, Nick en ikzelf de hoogste berg van Afrika beklimmen.
Reisverslag: Beklimming van de Kilimanjaro
Via Addis Abeba in Ethiopië vliegen we naar Kilimanjaro International Airport in Tanzania. Veel berg valt er niet te zien bij onze aankomst in Tanzania want de ‘Kili’ hult zich in de wolken. We kopen ons visum (tof, weer een stempel bij in ons paspoort) en gaan onze bagage oppikken. Bij de uitgang van de luchthaven worden we opgewacht door William, onze lokale contactpersoon. Later die dag, bij een frisse pint, krijgen we een briefing waarbij we samen de komende dagen bespreken.
De klassieke Kilimanjaro-foto met een giraffe op de voorgrond.
We beginnen er eindelijk aan!
De volgende ochtend worden we na het ontbijt opgepikt in een busje om in Afrikaanse stijl - dus met veel gehobbel - naar de Machame-gate te rijden. We maken kennis met onze gidsen, we ontmoeten onze dragers en we worden “officieel” ingeschreven in het bezoekersregister van het Kilimanjaro National Park. Niet lang daarna kunnen we eindelijk onze beklimming aanvangen. Vandaag wandelen we door een prachtig decor van indrukwekkende bomen, lianen, varens, … Het eerste gedeelte van de trek loopt door het tropisch oerwoud. Vele planten zijn bedekt met mos en het geheel doet me denken aan het decor van een oude Tarzan-film.
Het regenwoud doet zijn naam alle eer aan. Halverwege onze eerste tocht worden we getrakteerd op een tropische regenbui. Het lijkt wel alsof we onder de douche staan! We zijn al helemaal opgedroogd als we bij het Machame kamp op 2800 meter aankomen. Onze tenten staan al opgesteld en we worden, bij wijze van vieruurtje, getrakteerd op warme popcorn en hete thee. Niet snel erna volgt ons avondeten en we kruipen vroeg onder de wol.
Zweten op weg naar Machame Camp.
Rustig aan: “Polé-polé!”
Na een stevig ontbijt laten we het Machame kamp achter ons en we trekken verder de berg op naar het Shira kamp. We klimmen nu in een ander landschap. Geen regenwoud meer, maar eerder hoge struiken en lage bomen. Alles is bedekt met mos. Nergens anders zag ik ooit zoveel “old man’s beard”, een indrukwekkende soort baardmos. De sfeer zit er goed in en we wandelen rustig naar boven. Niet te snel. ‘Polé polé’ zoals men zegt in het Swahili. Een uitdrukking die we in de komende dagen meermaals te horen zullen krijgen. Als klimmers de top niet halen, is de oorzaak bijna altijd hoogteziekte. Technisch is de berg immers helemaal niet moeilijk en dus is de verleiding groot om snel hoogte te winnen. Hierdoor krijgt het menselijk lichaam niet voldoende tijd om te acclimatiseren. Acute hoogteziekte is dan vaak het gevolg. Het is koud en mistig als we op een hoogte van 3810 meter het Shira kamp binnen wandelen. Aangezien er niet veel meer te doen is dan met onze donsjas aan in de eettent te zitten, gaan we weer vroeg slapen.
De klim naar Lava Tower
De volgende dag is een belangrijke acclimatisatiedag. We trekken immers naar de Lava Tower op 4630 meter hoogte om nadien terug af te dalen naar Barranco Camp op 3976 meter. Het wordt een prachtige dag. We genieten van de stralende zon en het prachtige maanlandschap. Naarmate we stijgen zien we bijna geen struiken meer. De plantengroei is nu beperkt tot wat graspollen die her en der tussen de rotsen groeien. Af en toe slaan we een praatje met andere klimmers. ’s Middags komen we aan bij de Lava Tower, een vulkanische rotsformatie die het hoogste punt van de dag aanduidt.
Zicht op de top op weg naar Lava Tower.
Hier nuttigen we onze lunch. Rond de Lava Tower leven een heleboel muizen die klimmers associëren met eten. Het duurt dan ook niet lang of Nick, die op de grond zit, laat zich de cake uit de lunchbox stelen. We lachen ons een deuk. Na de lunch dalen we af naar het volgende kamp. Het pad gaat over in een rommelig allegaartje van los steengruis en we moeten onze aandacht erbij houden om niet onderuit te schuiven. Naarmate we verder afdalen zien we meer reuzenlobelia’s, een soort vetplant die hier goed gedijen kan.
Reusachtige vetplanten op de afdaling van Lava Tower.
Over the wall
De voorbije nacht hebben we niet al te best geslapen. Desondanks staan we toch weer op met frisse moed. Vandaag staat de Barranco Wall op de planning: een 250 meter hoge wand waar we over moeten. Vanuit onze kampplaats ziet het er redelijk steil en indrukwekkend uit, maar dat is grotendeels gezichtsbedrog. We ervaren geen enkele moeilijkheid om deze hindernis te overwinnen. Het is wederom een prachtige, zonnige dag en na de wand wandelen we rustig, lachend en pratend naar Karanga Camp. Vanuit dit kamp trekken we de volgende dag naar het hoogtekamp. Dit wordt onze hoogste slaapplaats op 4670 meter. Meteen na het avondeten kruipen we al onder de wol want er wacht ons een lange, koude nacht.
De Barranco Wall: steil en indrukwekkend
Congratulations: you are now at Uhuru Peak!
Om 23u30 worden we gewekt. In de eettent drinken we nog wat hete thee met een koekje en om klokslag 0u30 start onze summit push. Langzaam lopen we achter elkaar het kamp uit. We verdwijnen in de donkere nacht en we weten dat we de komende uren niet veel meer zullen zien dan het licht van onze hoofdlampjes. Het is koud, erg koud. Naarmate we stijgen wakkert ook de wind aan en ik wissel mijn fleece muts in voor een windstopper bivakmuts.
Stella Point: nog een half uur naar de top.
Het pad is een samenraapsel van losse stenen en vulkanisch stof en regelmatig schuift er wel iemand een stapje terug. Ik probeer zo weinig mogelijk op mijn hoogtemeter te kijken en als ik dan toch kijk, ben ik telkens een beetje teleurgesteld omdat ik hoopte dat we hoger zouden zijn. De wind blaast de wolken weg en we zien de besneeuwde kraterwand duidelijk liggen in het maanlicht. Hoe hoger we stijgen, hoe duidelijker de route wordt en ik voel dat we Stella Point naderen. Dat is de plaats waar de route op de kraterrand uitkomt. Om 6u00 staan we inderdaad op Stella Point op 5739 meter. Van hieruit is het nog een half uurtje bergop wandelen naar de top. Ondertussen kleurt de horizon oranjerood in het oosten. Het is een prachtig zicht.
Als we om 6u32 op Uhuru Peak aankomen worden we vergezeld door de eerste zonnestralen. We hebben het gehaald! We feliciteren elkaar, we bedanken onze beide gidsen en we genieten ervan dat we de hoogste mensen van het ganse Afrikaanse continent zijn. We staan op 5895 meter hoogte. Het feit dat we ons kiplekker voelen, zonder hoofdpijn of andere symptomen van hoogteziekte, draagt alleen maar bij aan de vreugde. Even staan we stil te kijken naar de indrukwekkende metershoge gletsjers op de achtergrond. Terwijl ik over de krater uitkijk, dwalen mijn gedachten af naar mijn dierbaar gezin.
Lang kan ik echter niet blijven mijmeren want al snel komt Nicolaus, onze gids, met de ontnuchterende mededeling dat we moeten vertrekken. We moeten vandaag immers nog ruim 2800 hoogtemeters afdalen naar Mweka Camp. Met tegenzin beginnen we aan de lange afdaling. Ondertussen is het zonnig en erg warm. In ons hoogtekamp kunnen we even uitblazen en ons verfrissen. Nadat we ook de innerlijke mens versterkt hebben, vatten we de afdaling verder aan. Diezelfde avond slapen we op 3068 meter in het Mweka kamp. We zijn moe maar voldaan.
Morgen zullen we verder afdalen naar de voet van de berg en overmorgen zullen we op safari vertrekken naar de uitgestrekte Serengeti-vlakte. Onze vakantie kan alvast niet meer stuk, want de Kilimanjaro… die hebben we helemaal beklommen, in polé-polé stijl.
De indrukwekkende gletsjers rond de krater.
Door: Orlando
*Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd door Orlando in Bergen Magazine en op Bergwijzer.nl